Wormiscope testkit voor herkauwers

  • Bestel hier uw Wormiscope testkit en ontvang deze thuis
  • Stuur uw staal kosteloos naar ons labo
  • Ontvang na analyse de resultaten digitaal

Vanaf 18,50(incl BTW en verzending binnen België)

Welke parasieten vinden we vaak terug bij herkauwers?

Parasitaire infecties van het maagdarmstelsel bij herkauwers komen frequent voor. Vooral jonge dieren zijn heel gevoelig voor deze infecties, die aanleiding kunnen geven tot verminderde groei, diarree en zelfs sterfte.

De meest voorkomende parasieten zijn:

  • Cryptosporidium (bij pasgeboren dieren tot 1 maand oud)
  • Coccidiose (Eimeria) (bij jonge dieren tot 1 jaar oud, vooral op stal)
  • Giardia (bij jonge dieren tot 1 jaar oud, op stal)
  • Maagdarmwormen (Ostertagia, Haemonchus, Cooperia, Nematodirus e.a., bij grazende dieren)
  • Lintwormen (Moniezia, bij grazende dieren)
  • Leverbot (Fasciola hepatica, bij grazende dieren op natte weiden)
  • Pensbotten (Paramphistomen, bij grazende dieren op natte weiden)
  • Longwormen (Dictyocaulus viviparus bij grazende runderen en kleine longwormen bij grazende kleine herkauwers)

Wat is het belang van een mestonderzoek?

Wormen en andere maagdarmparasieten zorgen bij herkauwers voor productieverliezen, o.a. door verminderde groei, diarree, bloedarmoede (leverbot, Haemonchus), hoesten en longontsteking (longwormen).

Vooral bij schapen en geiten is de behandeling van maagdarmwormen een groot probleem geworden, doordat er bij deze dieren zeer veel resistentie ontwikkeld is en de wormen hierdoor niet meer gedood worden na behandeling.

De resultaten van het mestonderzoek geven een beeld van de soorten parasieten die bij de herkauwers aanwezig zijn en van de ernst van de infectie.

Wanneer moet een mestonderzoek uitgevoerd worden?

Wanneer er symptomen zijn die gelinkt kunnen worden aan een parasitaire infectie, wordt aangeraden om de mest te onderzoeken. We denken hierbij aan een verminderde groei, een verlies aan conditie, verminderde eetlust, bloedarmoede of diarree.

Bovendien is een mestonderzoek onmisbaar, in het kader van de resistentieproblemen, om vast te stellen of het gebruikte ontwormingsproduct heeft gewerkt.

Bij grazende schapen- of geitenlammeren wordt regelmatige monitoring tijdens het weideseizoen sterk aangeraden.

Hoe wordt een resultaat uitgedrukt?

Bij het opsporen van maagdarmwormen wordt het resultaat uitgedrukt in aantal eieren per gram mest (EPG), bij het opsporen van coccidiose en giardiose wordt het resultaat uitgedrukt in aantal oöcysten (OPG) of cysten per gram mest (CPG). Bij het opsporen van longwormen wordt het resultaat uitgedrukt in aantal larven per gram mest (LPG). Voor Cryptosporidium, lintwormen en leverbot wordt aan- of afwezigheid van de parasiet aangetoond.

Wanneer moet er ontwormd worden?

De beslissing om al dan niet te ontwormen dient besproken te worden met de dierenarts. Het hangt namelijk af van het type parasiet dat teruggevonden wordt, de EPG/OPG/CPG/LPG- waarden, de leeftijd van de dieren en de symptomen die de dieren al dan niet vertonen.

Wegens de resistentieproblemen wordt wel aangeraden om lammeren en jongvee enkel te ontwormen als een voldoende hoge besmetting is vastgesteld bij een mestonderzoek.

Wormsoort Schaap Rund
Haemonchus >500 /
Trichostrongyliden >200 >200
Nematodirus >100 >100